| |
|
Stichting
Den Haag Sculptuur presenteert in 2009 in het historische hart
van Den Haag de Mexicaanse kunstenaar Javier Marín,
met werken uitgevoerd in brons, marmer en kunsthars. Met de keuze voor deze
eenmanstentoonstelling slaat de Stichting Den Haag Sculptuur een nieuwe
weg in. Het Voorhout is bij uitstek geschikt als een plek waar een breed
geschakeerd publiek als bij toeval in contact kan komen met hedendaagse
beeldhouwkunst. Het is een ruimte die meer dan ooit uitnodigt voor een wandeling
temidden van fraaie bomen en historische gebouwen, maar vooral een ruimte
die zich leent voor het tonen van monumentale sculpturen.
Javier Marín heeft bewezen dat zijn omvangrijke beelden diepe indruk
kunnen maken bij een presentatie in openbare ruimten. Zijn werk was te zien
in Mexico City, Madrid, Pietrasanta en nog onlangs in Milaan, onder andere
op het plein voor het Scala Theater en naast de Dom, voor het voormalige
Koninklijk Paleis.
|
|
| |
|
Javier
Marín vervaardigt metershoge koppen in een barokke stijl:
mannen met wapperende lokken en baarden en vrouwen met een expressieve uitdrukking
op hun gezicht. Alleen al door hun formaat hebben ze iets goddelijks gekregen,
en door hun steenrode kleur blijven ze niet onopgemerkt. Door hun aanwezigheid
geven ze een nieuwe dimensie aan de ruimte. Het feit dat deze koppen als
fragmenten over de ruimte lijken te zijn uitgestrooid, wekt de associatie
of zich een strijd tussen goden en titanen heeft afgespeeld waarvan de overblijfselen
nu zichtbaar worden.
Daarnaast maakt Javier Marín ook beelden van krijgers
op paarden. Ook zij lijken terug te keren van een historische veldslag,
maar het is niet duidelijk of zij als overwinnaars of als verslagenen uit
de strijd komen. Javier Marín laat de beschouwer vrij om zijn eigen
conclusies te trekken, of zijn eigen interpretatie te bedenken. De voorstellingswereld
van Javier Marín is barok, maar verwijst ook naar
de monumentale kunst uit de pre-Columbiaanse periode in zijn vaderland.
De sporen van de Spaanse overheersing in Mexico zijn – artistiek gezien
– vooral terug te vinden in de rijk gedecoreerde kerken en kloosters,
met hun barokke heiligenbeelden en versieringen.
Van de godenwereld van de Azteken en Olmeken is weinig zichtbaar overgebleven,
maar Javier Marín is gefascineerd door de symbolen
en attributen die nog in Mexico zijn te vinden. Hij leeft als kunstenaar
als het ware in twee werelden: die van de koloniale barok, met zijn verwijzingen
naar de beeldhouwkunst van West-Europa, en associaties met Bernini en Michelangelo
en de pre-Columbiaanse kunst. Toch is het hedendaagse element in het werk
van Javier Marín overheersend. Het werk toont een
conflict, een innerlijke strijd, maar ook het resultaat van agressie: figuren
woorden aan elkaar vastgebonden, ze lijken verschrikt, soms verwond, en
soms zien we ook fragmenten van lichamen die aangeven dat de strijd ook
op leven en dood kan worden uitgevochten. Kunst is bij Javier Marín
emotie, een emotie die balanceert tussen de schokkende werkelijkheid van
vandaag met zijn angsten en gruwelen, en een wereld van ideale schoonheid,
tussen de kracht van de jeugd en het verval van de ouderdom. Het menselijk
lichaam spreekt zijn eigen taal, zoals bij een danser, die zijn verhaal
vertelt door te bewegen. De bewegingen kunnen heilzaam zijn, of schadelijk.
De uitdrukking kan sensueel zijn, maar ook kwetsbaar, of erger nog, gekwetst,
verslagen, of in intense wanhoop of gelatenheid.
Een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling vormen
twee enorme cirkels, gevuld met fragmenten van menselijke figuren. Deze
cirkels associeert Javier Marín met de Azteekse
godin Chalchihuitl, de vrouw van de regengod Tloloc. Zij is de godin van
rivieren, meren en stromen, en de bron van het steeds weer oprijzende leven.
Deze monumentale sculpturen verbeelden het gespleten levensgevoel van onze
tijd, met zijn vluchtige jacht naar schoonheid en zijn angst voor een plotselinge
vernietiging. |
|